Eerlijk over Heesch West
 

Er liggen op dit moment geen plannen ter inzage. De voorontwerp bestemmingsplannen lagen tot 13 augustus 2019 ter inzage.

 

Archief (niet meer actueel)!!

Hieronder hebben wij een inspiratiebrief opgesteld die u kunt (en mag) gebruiken om een inspraakreactie in te dienen. De brief is ook als Word bestand beschikbaar. 

 

Belangrijk om te weten
• Dit is een voorbeeldbrief. U dient deze brief aan te passen aan uw situatie.
U bent zelf verantwoordelijk voor uw brief en de juiste inhoud hiervan.
• Belangrijk is dat uw inspraakreactie op tijd bij de gemeente is ingeboekt (voor 13 augustus). Als u te laat bent wordt uw inspraak niet behandeld.
• Is het de laatste dag van de inspraaktermijn? Breng dan de brief zelf bij uw gemeente langs en vraag om een ontvangstbevestiging.
• Vergeet in de brief niet de DATUM, uw NAAM, ADRES en HANDTEKENING te zetten. 




Burgemeester en wethouders
van’s-Hertogenbosch
Postbus 12345
5200 GZ ‘S-HERTOGENBOSCH

zaaknummer gemeente Den Bosch is 8485564

of

college van burgemeester en wethouders
van Bernheze,
Postbus 19
5384 ZG Heesch

of 

Burgemeester en wethouders van Oss
Afdeling LWE
Ta.v. dhr. F.Leerdam
Postbus 5
5340 BA OSS

(let op: bij de bekendmaking gemeente Oss geven ze aan dat u alleen een inspraakreactie kunt indienen op het facetplan geluidszone Heesch West (deel Oss). Voor een reactie op voorontwerp bestemmingsplan Heesch-West dient u een inspraakreactie te sturen aan de gemeente Bernheze en/of Den Bosch). 


Onderwerp:
Inspraakreactie op het Voorontwerpbestemmingsplan Heesch West, MER en voorontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone Heesch West, zaaknummer.......

PLAATSNAAM, … juli 2019


Geacht college,

Op dit moment (tot 13 augustus 2019) liggen de bestemmingsplannen met bijbehorende milieueffectrapportage ter inzage. Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een gigantisch industrieterrein met een totaal maximaal oppervlak van 80 hectare netto uitgeefbare kavels, waarop ook bedrijven in milieucategorie 5.1 gevestigd kunnen worden. Ook voorziet het plan in de bouw van drie mega windturbines met een tiphoogte van maar liefst 210 meter (twee keer de hoogte van het provinciehuis!).

Wij zijn ervan overtuigd dat realisatie van dit bestemmingsplan zeer ten koste gaat van het woonklimaat en de gezondheid van omwonenden ter plaatse. Niet alleen voor de direct omwonenden, maar ook in de verre omgeving tot in de kern van Geffen, Heesch en Vinkel. Het zorgt voor een rood eiland in een groen gebied en sluit absoluut niet aan bij bestaande aaneengesloten bedrijfsstructuren. Deze locatiekeuze voor een industrieterrein met windpark zorgt voor versnippering en dit is in strijd met nationaal en regionaal beleid om industrie en windturbines in enkele grote parken te clusteren. Daarom vragen wij u dit bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen, het financiële verlies te nemen en de omwonenden te behoeden voor het naderende onheil.

Om de navolgende redenen hebben wij daarbij grote bezwaren tegen realisatie van het bestemmingsplan.


Communicatie en participatie
Totaal onverwacht lagen op 11 juni 2019 bovengenoemde plannen ter inzage. Dat omwonenden niet op de hoogte zijn van de actualiteit van het plan bij de gemeente en bewoners niet zijn geïnformeerd over de procedure getuigt van een ongelofelijk disrespect van uw college voor de bewoners rondom plangebied Heesch-West. Binnen de beperkte communicatie die er was (2 jaar!! geleden was er een inloopavond in Hotel Nuland) is er met geen woord gerept over de mogelijkheid om bedrijven uit milieucategorie 5.1 toe te laten en drie mega windturbines te plaatsen. Dat lijkt op een verwerpelijke poging om de omwonenden zand in de ogen te strooien, of duidelijker gezegd, te misleiden. Zelfs rondom de terinzagelegging van het voorontwerp-bestemmingsplan is door de betrokken bestuurders nog beweerd dat uitgangspunt is dat categorie 4-bedrijven worden gevestigd en dat het onwaarschijnlijk is dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om categorie 5.1 bedrijven toe te laten.

Maar dit kan dus simpelweg wel en daar moeten wij omwonenden nu wel vanuit gaan, aangezien categorie 5.1 bedrijven zeer eenvoudig worden toegelaten, zonder de omwonenden deugdelijke rechtsbescherming te bieden. In artikel 6.5.1 lid d van de planregels is namelijk bepaald dat bedrijven uit milieucategorie 5.1 kunnen worden toegelaten nadat advies is ingewonnen bij de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West en de drie betrokken gemeenten binnen die gemeenschappelijke regeling unaniem positief adviseren over het verzoek.

Op deze wijze een plan er snel doorheen drukken en ondertussen te zeggen dat burgerparticipatie hoog in het vaandel staat is echt ongehoord. Wij verwachten daarom dan ook dat u alsnog zorgdraagt voor een juiste wijze van overleg en voldoende betrokkenheid van de omgeving met ruimte voor maatwerk, waarbij de omgeving niet onder druk wordt gezet door onaangekondigde procedures, waar men zich niet op heeft kunnen voorbereiden.

Verkeer
Het beoogde plan zal meer verkeer tot gevolg hebben. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan. U onderkent dit zelf ook. In het MER rapport staat op bladzijde 123 “Aandachtspunt is wel dat de A59 in westelijke richting al in de referentiesituatie aan de capaciteit zit en er al sprake is van filevorming”.
Door toedoen van het plan zal:
• het aantal files en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen;
• sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar niet voor geschikt zijn;
• het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West;
• een goede bereikbaarheid van onze woningen in het gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning;
• de gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstofgehalte en geluidsoverlast).

Ontsluiting en overlast kom Vinkel
Oorzaak van hogere verkeersbelasting door kom Vinkel is in hoge mate door afsluiten van de Koksteeg. “De forse toenames in en rond Vinkel worden met name veroorzaakt door het afsluiten van de Koksteeg.” Dit afsluiten van de Koksteeg is gebaseerd louter op het “ongewenste” mengen van verkeer van en naar Heesch West met lokaal/regionaal verkeer. “Dit wordt vanuit bereikbaarheid en verkeersveiligheid als ongewenst beschouwd”. De noordelijke bereikbaarheid van aanwonenden van de Koksteeg wordt inderdaad fors aangetast, argument van verkeersveiligheid is bedenkelijk aangezien doorgaande fietsers (schoolgaande jeugd vanuit Vinkel naar Oss) wel op het industrieterrein mogen “mengen” met zwaar vrachtverkeer. Tevens heeft dit “ongewenst” geen enkele wettelijke basis maar wel tot gevolg dat er serieuze noodgrepen moeten worden doorgevoerd om de gevolgen te ondervangen. In het huidige plan wordt de Koksteeg plaatselijk over zo’n 30 mr. “gedowngrade” tot fietspad. Lokaal verkeer wat dientengevolge andere routes moet kiezen wordt omgeleid over een volledig nieuw aan te leggen doorsteek van de Koksteeg naar de Weerscheut van liefst 850 mr. door nieuw natuurgebied! Ten onrechte wordt gesteld dat indien de Koksteeg niet zou worden afgesloten, deze eerst een forse opwaardering zou moeten krijgen. De Koksteeg voldoet vandaag prima, verkeerstellingen laten zien dat de werkelijke aantallen verkeersbewegingen fors lager liggen dan waar in de berekeningen van uit is gegaan. “Een telling in het voorjaar van 2018 op en rond de Koksteeg bevestigt dit beeld overigens niet: de telling gaf ca 800 tot 1.000 voertuigbewegingen in plaats van de 1.900 uit het verkeersmodel.” De verkeersbelasting wordt daardoor niet wezenlijk anders dan vandaag. De vergezochte “forse opwaardering die ten koste gaat van uitgeefbaar bedrijventerrein” is niet nodig, ook omdat in het huidige plan de Koksteeg al grotendeels ongemoeid wordt gelaten (bomen blijven staan, sloten blijven liggen).
Voor in de verre toekomst, op het moment dat er daadwerkelijk “menging” van verkeer dreigt te gaan ontstaan, zijn er nu al praktische oplossingen om zulks te voorkomen. Denk aan louter toegang voor bestemmingsverkeer, denk aan verkeerssluizen zoals op industriepark Veghel, denk aan slagbomen (evt. met voertuigherkenning) zoals op industriepark Vorstengrafdonk. Deze simpele middelen zorgen ervoor dat er geen kostbare en natuurwaarden vernietigende doorsteek hoeft te komen langs de cultuurhistorisch waardevolle Ruitersdam, dat aanwonenden van de Koksteeg niet telkens 1 km (extra milieuvervuiling!) om hoeven te rijden elke keer dat ze in noordelijke richting willen verplaatsen maar vooral dat er geen extra verhoging van de verkeerbelasting komt door kom Vinkel!

Dus, laat de Koksteeg open om de veiligheid in kom Vinkel te waarborgen!
Verkeer en veiligheid zijn voor ons een belangrijk aandachtspunt en zolang hier geen oplossing voor is verzoeken wij u niet verder te gaan met dit plan.

Visuele hinder
In het bestemmingsplan is bepaald dat de maximale hoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan ter plaatse via een aanduiding is aangegeven. Dat betekent dat op veel plaatsen gebouwen een hoogte van 25 meter mogen hebben. In de planregels is echter ook bepaald dat hoogteaccenten als onderdeel van een bedrijfsgebouw tot een hoogte van maar liefst 30 meter zijn toegestaan, voor installaties zelfs 35 meter! Een dergelijke gigantische bouwhoogte is absoluut niet inpasbaar in dit relatief kleinschalige landschap.
Ook kan worden opgemerkt dat een bouwhoogte van 25 tot 30 meter doorgaans niet nodig is voor bedrijven in milieucategorie 4. Het lijkt er sterk op dat met de maximale bouwhoogte van 25 tot 30 meter al wordt voorgesorteerd op de komst van bedrijven in milieucategorie 5.1. Die categorie 5.1-bedrijven kunnen via een zeer eenvoudige procedure worden toegelaten. Wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd, dan moet er om die reden van worden uitgegaan dat in een groot gedeelte van het plangebied gebouwen worden opgericht met een hoogte van 25 tot 30 meter voor zware industrie. Dergelijke gebouwen en hoogtes horen misschien thuis op Moerdijk, maar zeker niet in het kleinschalige landschap tussen Vinkel, Geffen en Heesch.
Door u wordt misleidend de term “bedrijvenpark in het groen” gebruikt, terwijl in werkelijkheid sprake is van een industrieterrein dat niet alleen zorgt voor schadelijke uitstoot, maar ook nog eens de horizon vervuilt.

Bij dit alles komt ook nog eens dat binnen het bestemmingsplan drie mega windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte van maar liefst 210 meter. Die turbines zullen zeer dominant in het landschap aanwezig zijn en verzieken het woonklimaat. Wij vragen u daarom deze windturbines te schrappen.

Stankoverlast
Vrees voor stankhinder door het plan. Er is sprake van stankhinder als iemand een onplezierige geur als overlast ervaart. Dit is niet voor iedereen hetzelfde. Toch zijn de meeste mensen het erover eens dat uitlaatgassen, mest, industriële processen, chemische grondstoffen en afval niet lekker ruiken. Stankhinder kan, bij langdurige blootstelling, gevolgen hebben voor de gezondheid. Tegen stankhinder zijn verschillende maatregelen mogelijk. We vragen u om maatregelen te nemen om de stankoverlast te voorkomen dan wel maximaal te beperken, stankoverlast meermaals per jaar te monitoren en bij overschrijding te handhaven. Volgens de toelichting is het op voorhand niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen en welke geurbelasting dit met zich meebrengt. Des te meer reden om in de planregels te borgen dat er zich geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken. Er zijn daarbij legio voorbeelden van ongelukken, alleen al de afgelopen maanden, zoals bijvoorbeeld een zware industriebrand, brand in een chemisch bedrijf en afval- en recyclingbedrijf waaruit men kan concluderen dat een dergelijk industrieterrein ten (zuid)westen van Oss en Heesch niet gewenst is.

Geluidoverlast
Het bedrijventerrein zal voor een gigantische geluidoverlast gaan zorgen. Niet alleen vanwege de verkeer aantrekkende werking, maar zeker ook vanwege de continue bedrijfsprocessen (24/7) die inherent zijn aan de te vestigen industriële bedrijven. Die geluidhinder wordt daarbij nog eens versterkt door de windturbines met een ongekende hoogte van 210 meter. Daardoor zal het geluid van de gezamenlijk activiteiten op het industrieterrein tot in de verre omgeving storend aanwezig zijn. En de optredende geluidhinder zal in de praktijk aanzienlijk groter zijn dan de opgestelde rapporten ons willen doen geloven. Er wordt alleen gesproken over gemiddelden, maar piekwaarden worden niet vermeld. Die rooskleurige benadering houdt namelijk onvoldoende rekening met het feit dat voor alle bewegende delen geldt dat meer geluidemissie optreedt naarmate ze langer in gebruik zijn (slijtage).
Daarnaast is onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid om binnen het grootste gedeelte van het industrieterrein bedrijven op te richten in milieucategorie 5.1. Dat worstcasescenario zal zich nagenoeg zeker voltrekken, zolang wordt vastgehouden aan de mogelijkheid om bedrijven in milieucategorie 5.1 toe te laten. Juist die bedrijven kunnen elders namelijk niet terecht en zullen dankbaar gebruikmaken van de ruimte die dit bestemmingsplan biedt. En als gevolg van de vestiging van die bedrijven in milieucategorie 5.1, zullen andere, minder hinderlijke, bedrijven zich op dit industrieterrein juist niet willen vestigen. Voor die bedrijven zijn er meer dan voldoende vestigingsmogelijkheden elders.

Gelet op het vorenstaande is in de mer en in de toelichting bij het bestemmingsplan ten onrechte gesteld dat het aantal woningen dat negatieve effecten van de toename van de geluidbelasting ondervindt, relatief beperkt is. Ter hoogte van de kernen worden zelfs bij de te rooskleurige benadering in de mer negatieve geluideffecten geconstateerd. Maar daarbij moet dan bedacht worden dat tussen de kern Vinkel en het industrieterrein vele woningen zijn gelegen die zelfs ernstige hinder van het industrielawaai gaan ondervinden.

In de toelichting bij het voorontwerpplan is ook opgemerkt:
“Op grotere afstand van het plan zijn er ook gevolgen door de aanleg en de reconstructie van wegen. Omdat bij deze woningen relatief hoge geluidbelasting aan de orde is door het verkeer op de A59, treden er bij deze woningen geen significante veranderingen op.”

Op deze wijze wordt opnieuw getracht de schadelijke gevolgen voor de omwonenden te bagatelliseren. Ter plaatse van bedoelde woningen is namelijk de geluidbelasting al hoog en de aanleg van het industrieterrein zal de geluidhinder alleen maar verergeren.
Als een woonklimaat vanwege geluidhinder al slecht is, moet juist alles in het werk worden gesteld om het woonklimaat te verbeteren en moet worden afgezien van ontwikkelingen die de hinder nog verder te laten toenemen. Zelfs indien de gevolgen niet significant zouden zijn, is daarom sprake van een slechte ruimtelijke ordening als een ontwikkeling wordt toegelaten die een al aangetast woonklimaat nog verder aantast.

In de toelichting bij het plan is ook opgemerkt dat voor de woningen waarvoor een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) voor industrielawaai wordt vastgesteld, verwacht wordt dat aan de vereiste binnenwaarde wordt voldaan. Waarop die verwachting is gebaseerd, blijft onvermeld. Van de isolatiewaarde van de gevels is namelijk niets bekend. En zeker omdat het doorgaans wat oudere woningen zijn, mag niet zonder meer worden uitgegaan van een toereikende isolatie van de gevel.
Maar los daarvan geldt dat zelfs wanneer er sprake zou zijn van een binnenwaarde van maximaal 30 dB(A), het woonklimaat toch nog ernstig verslechtert. Juist voor de woningen in het buitengebied geldt namelijk dat de tuin een belangrijk onderdeel is van het wonen. In die tuin zal de geluidbelasting enorm toenemen, zodat van een goed woonklimaat geen sprake meer kan zijn.
Ten onrechte is met de geluidbelasting in de tuinen bij de woningen in de omgeving van het industrieterrein geen rekening gehouden. Wij betwisten dan ook de conclusie dat voor het aspect “geluid” geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. En daarbij is dan nog van belang dat, zoals gezegd, de rapporten een veel te rooskleurig beeld schetsen, waardoor de geluidbelasting die straks in werkelijkheid zal optreden, nog vele malen groter is dan de berekende geluidbelasting.

Windturbines
De drie hoge windturbines in het landschapspark komen voor de omwonenden als een onaangename verrassing en wij doen een klemmend beroep op u om die turbines te schrappen. Wij hebben er bewust voor gekozen te gaan wonen in rustig, landelijk gebied en weten pas sinds kort dat, als het aan de gemeenten ligt, we in de nabije toekomst iedere dag opnieuw moeten uitkijken op gigantische windturbines met een tiphoogte van maar liefst 210m op korte afstand! Zeker in het landelijk gebied waar het ’s nachts zo stil is, is het een overheersend geluid. Zet u maar alvast schrap voor de vele (plan)schadeclaims van gehinderden, aan wie geen actieve risico-aanvaarding kan worden tegengeworpen.
Deze plannen brengen nu al veel onrust teweeg en de bezorgde omwonenden van Heesch-West staan bepaald niet alleen! Ook in windparken om ons heen is de weerstand tegen windturbines dicht bij woningen groot: ZEG NEE WINDMOLENS ENGELEN, actiegroep tegenwind Bernheze, tegenwind Bergharen, tegenwind Stijbeemden en de lijst is nog veel langer.
Naast de landschapsvervuiling in ons kleinschalige landelijke gebied vrezen we geluidshinder en gezondheidsproblemen door het geluid. Door het geluid van de windurbines ervaren veel omwonenden stress, problemen met inslapen of verstoring van slaap. De laatste tijd is er daarnaast veel aandacht voor laagfrequent geluid. De hoge windturbines met grote wieken produceren meer laagfrequent geluid dan de kleinere turbines van enkele jaren geleden. Langdurige blootstelling aan hoorbaar laagfrequent geluid kan vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieverlies, verstoorde nachtrust en fysiologische stress veroorzaken.
Daarnaast hebben veel mensen last van slagschaduw, de schaduw van de rotorbladen. Dit veroorzaakt hinderlijke lichtvariaties die verschijnselen veroorzaken die overeenkomen met zeeziekte. 


Er zijn nog volop onderzoeken naar gezondheidsproblemen gaande. Ten aanzien van milieu en gezondheid geldt in Nederland het voorzorgsbeginsel. Dit houdt in dat de overheid beschermende maatregelen kan nemen tegen mogelijk schadelijke milieueffecten van een situatie, ook als die effecten nog niet onomstotelijk zijn bewezen. Het beginsel gaat dus over de vraag hoe te handelen bij wetenschappelijke onzekerheid. Provincies en gemeenten werd bijvoorbeeld geadviseerd om bij ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk te vermijden dat kinderen langdurig in de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding verbleven vanwege de aanwijzingen dat deze de kans op leukemie bij kinderen verhoogden – inmiddels is er voor deze relatie voldoende bewijs. Het is hoog tijd dat het voorzorgsbeginsel ook wordt toegepast bij de bouw van windturbines in de nabijheid van bewoning, omdat ook hier aanwijzingen zijn voor gezondheidsschade bij omwonenden.

Ook is recent duidelijk geworden dat windturbines veel slachtoffers maken onder insecten, waardoor het ecosysteem verstoord kan worden. Daar moet nog nader onderzoek naar worden gedaan. Maar het gegeven dat veel insecten door de turbines worden gedood, staat natuurlijk haaks op uw “streven” naar een goede biotoop voor onder andere vleermuizen.
Op internet vinden we terug dat in landen als Denemarken en Duitsland de regelgeving is aanpast. De minimale afstand tot woningen is daar fors meer dan uw college met het industrieterrein Heesch-West voor ogen heeft. Naar onze mening kan geen sprake zijn van goede ruimtelijke ordening of van een deugdelijk gemotiveerd besluit, zo lang niet is onderbouwd waarom hier veel kortere afstanden in acht genomen hoeven te worden dan in de ons omringende landen, die eveneens behoren tot de EU. 
De kortste afstand tussen de turbines en woningen bedraagt minder dan 400 meter. Blijkens uitspraken van de Raad van State zijn omwonenden belang hebben indien zij wonen binnen een afstand die gelijk is aan 10x de tiphoogte. Dat wil zeggen dat tot op 2100 meter van de turbines invloeden van enige betekenis kunnen worden ondervonden. Binnen die afstand liggen de kernen Vinkel, Heesch en Geffen. Ga maar eens na hoeveel inwoners last gaan ondervinden van de geplande turbines.
We zien in de plannen dat de mooie woorden over elkaar heen buitelen. Broedplaatsen voor vogels, vleermuizen en insecten, struinpaden voor recreatie. De betrokken gemeentebesturen zijn zo ambitieus dat ze nu al vooruit willen lopen op toekomstige wetgeving en een geweldige energieambitie laten zien. Helaas over de ruggen van de bewoners heen, zonder burgerparticipatie.
De weerstand is groot. Als volksvertegenwoordigers dienen de lokale bestuurders zeker ook naar de belangen van de omwonenden te kijken. En dus niet alleen naar de mogelijkheden om de schade als gevolg van bestuurlijke blunders die zijn gemaakt in het verleden, te beperken. Hoe jammer zou het zijn als over enkele jaren blijkt dat we het ene probleem (noodzaak tot energieopwekking) voor het andere hebben ingelost (met name gezondheidsrisico’s)? Dit terwijl er dan wellicht al weer heel andere technieken op het gebied van duurzaamheid zijn ontstaan. De technische ontwikkelingen gaan nu zo hard.
Nieuwe ontwikkelingen ten spijt: Als de plannen niet worden aangepast en de eindstreep halen (daar zullen we ons tot in hoogste instantie tegen verzetten, in het vertrouwen dat de bestuursrechter zal inzien dat de financiële belangen van de betrokken gemeenten niet doorslaggevend mogen zijn) staan daar straks dan die reusachtige torens in het landschap, symbool van non-communicatie met de burgers!
Is het prestigedrang dat de volksvertegenwoordiging zo graag de windturbines wil plaatsen? Feit is dat er in dit gedeelte van Brabant verhoudingsgewijs weinig wind is. Ook de plaatsing aan de rand van het industrieterrein is verre van ideaal. In het MER-rapport staat te lezen dat de windturbines beter centraal op het industrieterrein geplaatst kunnen worden, maar dat dit door ongunstige gronduitgifte (lees: geld heeft voorrang boven woongenot) niet de voorkeur heeft gekregen.
Keer het tij: ga niet tot het gaatje. Beter is het om te trachten in goed overleg met de omgeving (waar is de omgevingsdialoog gebleven?!) te komen tot een aanvaardbare invullen van het gebied, dan met oogkleppen op door te gaan op de ingeslagen weg. Wie het onderste uit de kan wil, krijgt nogal eens de deksel op de neus..
Laat zien dat mét burgerparticipatie een gebied goed en duurzaam kunnen inrichten naar de huidige normen, met meerwaarde voor de omwonenden die er sowieso al erg veel op achteruitgaan door de komst van het industriegebied.

Zorgvuldig ruimtegebruik
Uit het meest recente rapport “Feiten en cijfers Brabantse bedrijventerreinen” blijkt dat er in de provincie een enorme mismatch is tussen vraag en aanbod (harde plancapaciteit) van bedrijventerreinen. Het overschot van bedrijventerreinen voor met name categorie 4-bedrijven bedraagt maar liefst zo’n 500 hectare! Van de 3000 hectare te ontwikkelen bedrijventerreinen ligt namelijk al 1229 hectare vast in vastgestelde bestemmingsplannen, terwijl de vraag blijft steken op 769 hectare.
De eis van zorgvuldig ruimtegebruik verzet zich dan ook tegen het realiseren van een nieuw bedrijventerrein voor bedrijven tot milieucategorie 4, ten koste van het thans nog bestaande agrarische, en grotendeels onbebouwde, gebied.
Hierbij merken wij op dat uitgangspunt van het bestemmingsplan is (althans zo wordt het door de betrokken gemeentebesturen gepresenteerd) data op het terrein bedrijven worden gevestigd in maximaal milieucategorie 4. Voor het vestigen van categorie 5-bedrijven is namelijk een bijzondere vergunning vereist, die slechts op basis van unanimiteit kan worden verleend (daarover hierna meer).

Waardedaling woningen
Uit recent onderzoek blijkt dat woningen vlakbij windparken veel sterker in waarde dalen dan ontwikkelaars omwonenden voorspiegelen. Tot nu toe gaat men ervan uit dat alleen huizen tot 1 kilometer afstand van een windturbine in waarde dalen. Dit lijkt nattevingerwerk. Uit een onderzoek blijkt dat ook woningen binnen een straal van 2 kilometer tot een windturbine in waarde daalt. De vraag bij Heesch-West is hoe ver het effect van deze megagrote windturbines reikt. Om dit moment maken ontwikkelaars van windparken enorme winsten en wij mogen de lasten delen. Aangezien wij helemaal niet zitten te wachten op horizonvervuiling, slagschaduw en extreme geluidsoverlast en u deze waardedaling naast overige overlast niet gaat compenseren verzoeken wij u nogmaals het financiële verlies te nemen en de omwonenden te behoeden voor het naderende onheil.

Aantasting Natura 2000-gebieden
Realisatie van het bestemmingsplan zal tot gevolg hebben dat tal emissies gaan optreden die schadelijk zijn voor mens en milieu. Ook de uitstoot van stikstof zal toenemen. In de toelichting bij het bestemmingsplan is weliswaar bevestigd dat de depositie van stikstof zal toenemen, maar dat alle storingsfactoren met name vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden geen negatieve effecten zullen hebben voor Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en Rijntakken. Die onjuiste stelling is in de toelichting als volgt onderbouwd:

‘Heesch West leidt tot enige toename van uitstoot van stikstof. Heesch West is een prioritair project in de PAS, waarin voor Heesch West stikstofruimte is gereserveerd (en waarvoor in de passende beoordeling bij de PAS is geconcludeerd dat dit in combinatie met de generieke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken en de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te vergroten, niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden). Heesch West heeft geen overige negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.’

De enige juiste stelling in de aangehaalde passage, is dat Heesch West leidt tot toename van uitstoot van stikstof. Gelet op de mate waarin de nabijgelegen Natura 2000-gebieden al overbelast zijn, en de wetenschap dat stikstof tot op grote afstand van de bron neerslaat (Factsheet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 2 juli 2019) zal geen zichzelf respecterend ecoloog durven te beweren dat de toename van uitstoot van stikstof geen significante gevolgen heeft voor genoemde Natura 2000-gebieden (en voor verderop gelegen Natura 2000-gebieden).

Uw conclusie dat geen sprake zal zijn van significant negatieve effecten is kennelijk gebaseerd op het feit dat Heesch West een prioritair project in de PAS is. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) blijkt echter onomstotelijk dat de PAS niet als toestemmingsbasis voor activiteiten mag worden gebruikt.
De PAS is in die uitspraak onverbindend verklaard. Dat betekent dat ook voor de prioritaire projecten een individuele passende beoordeling dient plaats te vinden. De passende beoordeling die is gemaakt bij de PAS, is ontoereikend om te kunnen concluderen dat geen significante nadelige effecten op Natura 2000-gebieden zullen optreden. De stikstofruimte die is gereserveerd in de PAS, mag derhalve niet worden ingezet.

Uit de uitspraak van 29 mei 2019 volgt tevens dat de positieve gevolgen van instandhoudings- en passende maatregelen die krachtens artikel 6, eerste lid en tweede lid, van de Habitatrichtlijn nodig zijn, en de positieve gevolgen van autonome ontwikkelingen, niet kunnen worden betrokken bij de vereiste beoordeling. Dat is de beoordeling of met het treffen van maatregelen eventuele schadelijke gevolgen die rechtstreeks uit het plan voortvloeien, kunnen worden voorkomen of verminderd. Vervolgens is in de uitspraak overwogen:

‘16.2 In de passende beoordeling van de PAS zijn ook de positieve gevolgen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen die krachtens artikel 6, eerste en tweede lid, van de Habitatrichtlijn nodig zijn, betrokken (ingezet) bij de beoordeling of de negatieve gevolgen van de toedeling van de stikstofdepositie waarin de PAS voorziet, kunnen worden voorkomen. Datzelfde geldt voor de positieve gevolgen door de autonome daling van de stikstofdepositie. De passende beoordeling van de PAS voldoet op dit punt niet aan de eisen die het Hof in het arrest daaraan stelt.’

Omdat de PAS-bronmaatregelen en herstelmaatregelen die specifiek voor de PAS worden genomen, hebben te gelden als instandhoudings- of passende maatregelen die nodig zijn (artikel 6 lid 1 en 2 Habitatrichtlijn), kunnen die maatregelen niet worden geduid als beschermingsmaatregelen.

In eerdergenoemde factsheet van 2 juli 2019 heeft de Minister gesteld:
“Nu het ecologisch onderzoek (‘de passende beoordeling’) van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen dat hun project of plan (zoals een bestemmingsplan) op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Pas daarna kan toestemming worden verleend. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds de uitspraak van 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt.
(...)
Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet daarom beoordeeld worden of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Ook dan moet er een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) worden gemaakt.
(…..)
Het PAS mag niet meer als toestemmingsbasis worden gebruikt voor stikstof veroorzakende ruimtelijke ontwikkelingen. Het maakt daarbij niet uit of sprake is van een prioritair of ander gebied.
(…..)
Het bestemmingsplan mag slechts worden vastgesteld als uit de passende beoordeling (al dan niet na het nemen van mitigerende maatregelen) de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Die conclusie zal niet kunnen worden getrokken wanneer het plan leidt tot een toename van stikstof op daarvoor gevoelige habitats die al overbelast zijn met stikstofdepositie.”

In het onderhavige geval is weliswaar een milieueffectrapport gemaakt, maar daarin is nog als uitgangspunt genomen dat het project niet in strijdt is met de Habitatrichtlijn, omdat het een prioritair project in de PAS betreft. Dat uitgangspunt is dus pertinent onjuist.

De conclusie van het vorenstaande is dat niet voldoende is onderzocht of het plan significant nadelige effecten heeft voor de Natura 2000-gebieden. Omdat de nabijgelegen Natura 2000-gebieden al overbelast zijn staat op voorhand vast de uitvoering van het plan leidt tot significante gevolgen voor die gebieden, waaronder Moerputten&Bossche Broek. Temeer nu het bestemmingsplan ruimte laat voor bedrijven in milieucategorie 5.1, en voor die activiteiten niet eerder een Nbw-vergunning is verleend.
Er zal derhalve alsnog een vergunning op grond dan de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd. Zolang geen deugdelijke individuele passende beoordeling is gemaakt, en zo lang geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is verleend, kan het plan niet verder in procedure worden genomen.

Bedrijven in milieucategorie 5.1
Op bedrijventerrein Heesch West kunnen uiterst hinderlijke bedrijven worden gevestigd, zoals mestfabrieken, recyclingbedrijven en chemische bedrijven. Bedrijven die op andere plaatsen worden geweerd en die overal op groot maatschappelijk verzet stuiten. De gemeenten ’s-Hertogenbosch, Bernheze en Oss hebben om die reden kennelijk gedacht dat het dan een goed idee is om die bedrijven maar weg te stoppen aan de uiterste rand van de gemeenten. In hun backyard, en dan het liefst zo dicht mogelijk bij de buren. Dan kom je inderdaad al snel uit bij Heesch West. De overgrote meerderheid van de inwoners van ’s-Hertogenbosch, Bernheze en Oss zal dat prima vinden en de betrokken gemeentebesturen zullen hebben gedacht “in Geffen, Heesch en Vinkel zoeken ze het maar lekker uit”. Een bedenkelijke manier van politiek bedrijven!

Lange tijd is in de communicatie rond dit bestemmingsplan met geen woord gerept over de mogelijkheid om bedrijven uit milieucategorie 5.1 toe te laten. Dat lijkt ook hier weer op een verwerpelijke poging om de omwonenden zand in de ogen te strooien, of duidelijker gezegd, te misleiden. Zelfs rondom de terinzagelegging van het voorontwerp-bestemmingsplan is door de betrokken bestuurders nog beweerd dat uitgangspunt is dat categorie 4-bedrijven worden gevestigd en dat het onwaarschijnlijk is dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om categorie 5.1 bedrijven toe te laten.

Niets is minder waar! Categorie 5.1 bedrijven kunnen zeer eenvoudig worden toegelaten, zonder de omwonenden deugdelijke rechtsbescherming te bieden. In artikel 6.5.1 lid d van de planregels is namelijk bepaald dat bedrijven uit milieucategorie 5.1 kunnen worden toegelaten nadat advies is ingewonnen bij de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West en de drie betrokken gemeenten binnen die gemeenschappelijke regeling unaniem positief adviseren over het verzoek.

Op voorhand is duidelijk dat zal worden verzocht om het toelaten van categorie 5.1 bedrijven. De betrokken gemeenten hebben namelijk grote financiële belangen bij het uitgeven van de kavels binnen het bedrijventerrein. En omdat sprake is van een enorm provinciaal overschot van bedrijventerreinen voor bedrijven in milieucategorie 4, en daarnaast het terrein ook nog eens zeer slecht ontsloten is, zullen ‘reguliere’ bedrijven bijna zeker geen belangstelling hebben voor de kavels. Om die reden zouden de betrokken gemeentebesturen blijven zitten met een bedrijventerrein dat bouwrijp gemaakt is (waardoor de schade nog verder is opgelopen). Dat gaan zij natuurlijk nooit toestaan. De uitvlucht is dan snel gevonden. Voor categorie 5.1 geldt namelijk dat zij zich op weinig plaatsen kunnen vestigen en dat pogingen om een geschikte planologische basis voor die bedrijven te creëren, op andere plaatsen op groot maatschappelijk verzet stuit. Die bedrijven zullen de slechte ontsluiting van het bedrijventerrein daarom voor lief nemen.
En de in het plan opgenomen bouwhoogte van 30 meter (!) lijkt ook al voor te sorteren op de komst van categorie 5.1 bedrijven; voor bedrijven uit milieucategorie 4 is die bouwhoogte nagenoeg nooit nodig. Voor een mestverwerker daarentegen wel.

Nadat is verzocht om toelating van categorie 5.1 bedrijven, moet weliswaar nog een unaniem positief advies worden uitgebracht door de drie betrokken gemeenten, maar juist die drie betrokken gemeenten hebben grote financiële belangen bij het honoreren van het verzoek. De getekende positieve adviezen zullen daarom zo ongeveer al klaarliggen.

Dit alles is des te kwalijker, omdat het gebied waarbinnen categorie 5.1 bedrijven kunnen worden toegelaten, veruit het grootste gedeelte van het bedrijventerrein beslaat. Dat kan dan ook nog eens tot gevolg hebben dat de kavels die daar (aan de buitenranden) omheen liggen, leeg blijven. Andere bedrijven voelen er immers bitter weinig voor om een categorie 5.1 bedrijf als buurman te hebben. Dit bedrijventerrein wordt daarmee dan echt het afvalputje van de betrokken gemeenten. De kernen worden daarmee opgescheept. En dat zonder dat enige objectieve toets heeft kunnen plaatsvinden.

De bepaling is ook nog eens onduidelijk. De voorwaarde luidt namelijk dat de drie betrokken gemeenten binnen de gemeenschappelijke regeling unaniem positief moeten adviseren over het verzoek, zonder dat daarbij is aangegeven of het gaat om een positief advies van burgemeester en wethouders of een positief advies van de gemeenteraad. Niet dat dat overigens zo heel veel zou uitmaken. Nagenoeg altijd heeft namelijk de coalitie een meerderheid binnen de gemeenteraad.
Mocht daarom bij het opstellen van het ontwerp-bestemmingplan worden bepaald dat het moet gaan om een toestemming van de raden van de betrokken gemeenten, dan nog biedt dat nauwelijks waarborgen. Een krappe meerderheid binnen de raden van de betrokken gemeenten volstaat immers. Volgens de letter van artikel 5.6.1 lid d is dan sprake van een ‘unaniem’ advies. Maar drie keer een krappe meerderheid is uiteraard niet gelijk te stellen met unanimiteit. Van echte unanimiteit zou pas sprake kunnen zijn indien in artikel 6.5.1 lid d wordt opgenomen dat binnen elke betrokken gemeenteraad sprake moet zijn van een unaniem genomen besluit. Dan nog blijft het risico aanwezig dat om louter financiële redenen een positief advies wordt uitgebracht, maar in dat geval zou een raadsfractie die zich niet volledig laat leiden door de financiële belangen van de gemeente, het onheil voor de omwonenden kunnen voorkomen.

Nadere bestudering en toetsing
Overigens zijn wij, ondanks de verlengde inspraaktermijn, nog niet in de gelegenheid geweest alle ter inzage liggende stukken door te nemen. Wij behouden ons het recht voor deze inspraakreactie aan te vullen nadat we in de gelegenheid zijn geweest alle ter inzage liggende stukken te bestuderen en, zo nodig, te laten toetsen.

Wij doen nu alvast een dringende oproep om dit onzalige plan niet verder in procedure te brengen. Dat betekent dan wel dat veel kosten zijn gemaakt in de voorbereiding van het plan, maar een groot gedeelte van die kosten kan worden terugverdiend door de aangekochte gronden weer als agrarische grond of als grond voor lichte bedrijven uit te geven. Indien de resterende kosten worden verdeeld over alle inwoners van de betrokken gemeenten, en wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 20 jaar, valt de schade per inwoner best te overzien.
Als u daarentegen doorgaat op de ingeslagen weg stapelt u voor de omwonenden (in de verre omtrek van het industrieterrein) ellende op ellende. Aan het beginsel van een gelijke verdeling van de publieke lasten kan in die situatie nooit worden voldaan.

Hoogachtend,


HANDTEKENING


NAAM
STRAAT+HUISNUMMER
POSTCODE
WOONPLAATS

 

 

Dit moet je lezen!

  • Windexcursie naar de Hoeksche Waard: ‘De lucht is hier áltijd gevuld met geluid’. Lees het artikel
  • Commissie maakt gehakt van rapport over Heesch west. Lees het artikel in het Brabants Dagblad. Bekijk hier het advies zelf.
  • Ruim 1300 bezwaren op plan Heesch West. Lees het artikel in het Brabants Dagblad. 
  • Emoties over Heesch West. Bekijk de reportage op Dtv Nieuws
  • Lees hier meer over de ernstige klachten van bewoners nabij    windpark Spui in de gemeente Hoeksche Waard